Walter Baas / beeldend kunstenaar


Pers

Pers

Friesch Dagblad, 21 september 2016, pagina 34

.                                                                           .

        OPEENSTAPELING VAN ZONNIGE MOMENTEN

        Een opeenstapeling van zonnige momenten, ingegeven door het grid
        van de kozijnen. Dat is wat je ziet op de aquarellen van
        Leeuwarder kunstenaar Walter Baas. In zijn ‘pogingen om de tijd
        te vangen’ bedient hij zich van een negentiende-eeuwse camera
        lucida.


        Geschreven door Diane Romashuk.


        Zijn dagen begint hij steevast met het kijken van het
        weerbericht. Verschijnt er een zonnetje op de app, dan weet
        Walter Baas (1963, Oss) wat hem te doen staat. Zorgvuldig kiest
        hij in zijn atelier in de Sint Anthonystraat in Leeuwarden een
        plek om zijn werktafeltje neer te zetten. Daarna wacht hij, tot
        de eerste zonnestralen door het uit achttien vensters bestaande
        raamwerk binnenvallen en licht en schaduw op de witte muren
        werpen. Vanaf dan is er geen tijd te verliezen, en begint hij
        aan wat velen voor onmogelijk zouden houden: het snel
        verplaatsende licht en zo de verstrijkende tijd vastleggen in
        één beeld.

        Baas gebruikt hiervoor de camera lucida, een uitvinding van vóór
        de fotografie. De ‘lens’, een vierzijdig stukje glas in een
        verstelbare constructie op zijn werktafel, vangt het licht
        zonder het te projecteren. Als hij er van bovenaf in kijkt, ziet
        hij de wand voor hem. Tegelijkertijd ziet hij zijn hand op het
        tekenvel, zodat hij de contouren van het licht op de muur exact
        kan overnemen.

        Licht was niet altijd zijn focus. Eind jaren tachtig studeerde
        Baas af aan de Minerva Academie voor Beeldende Kunst in
        Groningen met ruimtelijke olieverfschilderijen op linoleum vol
        streepjes. Afgezien van werken in de openbare ruimte, zoals zijn
        Monument voor W.C. de Groot in de Hollanderwijk, werden zijn
        schilderijen gaandeweg steeds platter. “Ik kon zo een hele dag
        bezig zijn met het reduceren van bijvoorbeeld een wastafel tot
        één perfecte verfstreek.”

        De olieverf maakte plaats voor aquarelverf. Zich in de techniek
        daarvan verdiepend, leerde hij onder meer het romantische werk
        van de negentiende-eeuwse Engelse schilder John Sell Cotman
        kennen. Met name diens voortekening in potlood die nog onder de
        waterverf zichtbaar was, greep hem. “Zo accuraat, en dat zonder
        dat er een schets aan vooraf ging.” Het was het resultaat van de
        camera lucida. “Die wilde ik ook uitproberen.” In 2003 bestelde
        Baas zijn camera lucida in Amerika, het was zijn eerste
        internetaankoop ooit. De camera arriveerde op de verjaardag van
        zijn dochter. “Ik stelde hem af op een langwerpig schaaltje
        olijven dat zo op tafel stond dat er sprake was van een
        verkorting. Normaal erg lastig om te tekenen, nu had ik het zo
        voor elkaar.”

        Nog peinzend over onderwerpen die hij met de camera wilde gaan
        schilderen - “Ik kom uit de abstractie.” - begon hij onaf werk
        als stillevens te schilderen, zodat het voltooid leek. “Bij een
        van die sessies ontdekte ik dat de schaduw door het daglicht
        verschoof. Toen wist ik: dit wordt mijn focus.”

        Op transparante sheets tekent hij eerst met potlood het zonlicht
        in opeenvolgende tijden. Een voor een brengt hij wat op de
        sheets staat daarna over op aquarelpapier. De aquarelverf
        waarmee hij vervolgens aan de slag gaat, is zowel noodzaak als
        zijn grootste uitdaging. “Aquarelleren is de mooiste techniek
        die er is maar ook een hondsmoeilijke. Met olieverf kun je
        dekkend schilderen en zo corrigeren, bij aquarel blijft door de
        transparantie elke streek zichtbaar. Tegelijkertijd is dat exact
        wat ik nodig heb: alleen dan kun je het verschuiven van het
        licht binnen een bepaalde tijd verbeelden.”

        Extra moeilijkheid is dat je bij aquarelleren het licht
        doorgaans juist uitspaart. “Omdat dat is wat ik nou juist wel
        wil schilderen, maak ik het licht daarom eerst donker.” Als er
        andere objecten in zijn werk voorkomen bepaalt hij met een
        fotoprogramma op zijn computer welke kleur die moeten worden.

        Zodra de aquarel voltooid is, scant hij die, draait hij de
        kleuren digitaal weer om en laat dat resultaat afdrukken als
        print in een oplage van twee. “Zo wordt de aquarel de negatief
        van de print die meer met de zichtbare werkelijkheid
        overeenkomt. Aan de andere kant blijft de aquarel het echte
        werk, daar zit ten slotte het handwerk in. Die paradox
        interesseert me.”

        Waar snelheid geboden is bij het vangen van het licht is de rest
        van zijn maakproces monnikenwerk. Als de lijnen eenmaal staan,
        duurt het voltooien van het werk ook nog gerust zo’n twee
        maanden.”

        Na twaalf jaar het geduld hiervoor te hebben opgebracht, zoekt
        Baas momenteel naar manieren om het ingewikkelde proces wat te
        versnellen. “Ik schilder nu direct het zonlicht op het moment
        dat het binnen mijn camera lucida verschijnt. In positief en
        zonder de tussenfase van de sheets. Ik gebruik daarvoor nu
        olieverf op waterbasis.” Daar stelt hij zich dan wel weer
        gelijk een nieuwe uitdaging tegenover. “Het licht verschuift, ik
        nu ook.” Van tevoren bepaalt hij daarvoor zijn begin- en
        eindpunt. Een lat op de vloer markeert de diagonale
        schuifrichting van zijn tekentafel. Markeerpunten daarop geven
        zijn ‘tussenstops’ aan.

        Het patroon lijkt willekeurig gekozen, maar dat is het niet,
        vertelt hij. “De vraag waarom abstracte kunstenaars doen wat ze
        doen heeft me altijd gefascineerd. Waarom is een rood vlak op
        een werk van Mondriaan groter dan het blauwe? Wat maakt het
        onderscheid tussen een huisschilder die een deur wit verft en
        bijvoorbeeld een kunstenaar als Robert Ryman die alleen met wit
        schildert? Intuïtie alleen is niet genoeg, er moet ook een
        noodzaak zijn. En als het goed is lees je dat van de werken af.”

        Die perfectie bereiken binnen de structuur die hij zichzelf
        oplegt, is zijn doel. Voor het bepalen wanneer genoeg zonnige
        momenten ‘opeengestapeld’ zijn, heeft hij ook een graadmeter:
        “een werk is af zodra het me verrast of verbaast. Ook daarom een
        voorop gezet plan; anders verrast een werk altijd. Maar ook al
        is het proces gepland, de uitkomst is dat niet. Op den duur komt
        er een moment dat je denkt, wow, ik wist niet dat ik dit kon
        maken. Dan weet je: zo is het goed.”

.                                                                           .

Artikelen Leeuwarder Courant: